Foto: Wim Robberechts

 

De overstromingen van afgelopen zomer bewijzen nogmaals het belang en het nut van het Sigmaplan. We moeten Vlaanderen beter beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering, zoals extreme regenval, en wel nu. Dat doen we met doordachte ingrepen. Want het is dankzij die ingrepen en de juiste reacties en medewerkers dat er in het Maas- en Demerbekken geen rampzalige overstromingen waren, ondanks het zeer hoge waterpeil.

 

Meanders redden Demervallei

De problemen op de Maas en de Demer begonnen vrijwel tegelijk. De oorzaak was nochtans verschillend. Waar de Maas vooral de Waalse neerslag te verwerken kreeg, werden de valleien van de Demer geteisterd door waterbommen. Dat is een fenomeen waarbij veel neerslag valt op korte tijd. Daardoor traden de zijrivieren buiten hun oevers en werd ook het Schulensmeer – dat fungeert als opvangbekken – heel snel gevuld. De Demer steeg zo tot een peil vergelijkbaar met dat van de grote watersnood in 1998.

Maar de ingrepen van het Sigmaplan deden hun werk. In de Demervallei zijn we namelijk bezig met permanente bresconstructies en heraansluitingen van oude meanders. Die laten de Demer op een natuurlijke wijze overstromen. Het beste voorbeeld hiervan is Vinkenberg, een deelgebied stroomafwaarts van Diest. Hier verbonden we een oude bocht met de Demer en creëerden we een drempel in de rivier. Dat bleek heel doeltreffend. Het gebied van 100 hectare borg een groot volume water en vermeed zo veel ellende in de rest van de Demervallei. Hét bewijs dat het Sigmaplan werkt.

 

Puinruimen en natuur herstellen

De ecologische schade van de overstromingen is groot. Het afgevoerde water van onder andere rioleringen en bemeste landbouwgronden bevatte zo veel afvalstoffen dat vissen massaal stierven. Daarom voegden we zuurstof toe aan het water, om zo vissterfte in de Rupel, Dijle en Schelde te vermijden. Toch zal het herstel nog jaren duren.