Vlaanderen en Nederland laten iedere zes jaar de toestand van het Schelde-estuarium evalueren: hoe staat het ervoor met de veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid in het gebied? En in welke richting ontwikkelt het estuarium zich? Een nieuw rapport werpt licht op de zaak.

Het Schelde-estuarium is een van de grootste estuaria van Europa: een verbrede, trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en waar het getij voelbaar is. Het Schelde-estuarium is een waardevol natuurgebied, maar het vormt ook de toegang tot verschillende belangrijke havens en is een bron van diverse andere economische activiteiten zoals visserij, zandwinning en toerisme.

Onder de hoede van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) sloten Vlaanderen en Nederland in 2005 een verdrag om samen te werken aan het beleid en beheer van het Schelde-estuarium. De uitdagingen waar ze voor staan: het gebied beveiligen tegen overstromingen; de Scheldehavens vlot toegankelijk houden; de veerkracht van de unieke natuur in het estuarium verder versterken. Om de ontwikkelingen in het estuarium op te volgen en na te gaan of de gestelde doelen worden bereikt, laat de VNSC om de zes jaar de toestand van het estuarium in beeld brengen. Onlangs verschenen de rapporten over de periode 2010-2015, kortweg de T2015-rapporten.

Sigmaplan verhoogt veiligheid

Een van de conclusies van de rapporten is dat de hoogwaterstanden in het Schelde-estuarium – die al geruime tijd stijgen – bleven stijgen in de periode 2010-2015. Dat betekent meer kans op overstromingen. Werken in het kader van het Sigmaplan hebben de veiligheid de voorbije jaren verder verhoogd. Zo legden we naast de Schelde en haar zijrivieren gecontroleerde overstromingsgebieden aan om tijdens extreme weersomstandigheden water op te vangen dat de rivieren niet meer kunnen slikken. Daarnaast hebben we op verschillende locaties dijken verhoogd en verstevigd.

Waterkwaliteit verbetert

In het hele Schelde-estuarium ontwikkelde de waterkwaliteit zich gunstig, stellen de onderzoekers, maar er blijven aandachtspunten. In de Zeeschelde (het deel van de Schelde dat loopt tot de Belgisch-Nederlandse grens) zijn bijvoorbeeld nog steeds zones met weinig zuurstof. En op een aantal plaatsen is het water de voorbije jaren troebeler geworden. Daardoor krijgen algen minder licht voor fotosynthese, waardoor er opnieuw minder zuurstof in het water wordt afgegeven. Over het algemeen zijn de zuurstofcondities echter verbeterd, met als gevolg dat het aantal vissoorten licht is gestegen.

Meer slikken en schorren

Uit de rapporten blijkt verder dat tussen Antwerpen en de grens met Nederland het aandeel slikken en schorren is toegenomen. We verwachten dat het volgende rapport ook een toename van slikken en schorren zal vermelden stroomopwaarts van Antwerpen. In het kader van het Sigmaplan hebben we recent immers op verschillende plaatsen in de Scheldevallei getijdennatuur aangelegd. Denk aan Bergenmeersen in Wichelen, de ontpoldering Wijmeers in Berlare, het noordelijke deel van het gecontroleerd overstromingsgebied Polders van Kruibeke en het gecontroleerd overstromingsgebied Zennegat. De komende jaren zal er nog getijdennatuur gerealiseerd worden in het noorden van Vlassenbroek, in het Sigmagebied Wal-Zwijn in Hamme en in de Durmevallei (Klein en Groot Broek en De Bunt).

Getijdennatuur ontstaat doordat we rivierwater in de gebieden laten binnenstromen op het ritme van eb en vloed. De rivier boetseert zo een netwerk van slikken, platen, schorren, geulen en kreken.

Slikken zijn de lager gelegen, onbegroeide delen die bij elke vloed overspoeld worden. Het krioelt er van de wormen, krabben en andere minidiertjes. Die diertjes zijn het favoriete menu van ganzen, eenden en steltlopers. Voor vogels zijn slikken en platen een ideale plek om te rusten en eten te zoeken. Telkens als het rivierwater zich na een vloed terugtrekt, blijft een laagje slib achter op de slikken. Na verloop van tijd steken ze boven de gemiddelde waterlijn uit. Dat noemen we schorren. Op schorren groeien wel planten.

Slikken en schorren zijn heel nuttig voor de mens. Ze zuiveren het rivierwater en herstellen het evenwicht in de voedselketen. Tegelijk temperen ze de golfslag, zodat dijken minder druk ondervinden: een natuurlijke buffer tegen overstromingen. Slikken en schorren vangen ook zand en slib op, zodat er minder baggerwerken nodig zijn.

Veerkrachtige natuur

Ook het Europese LIFE-project SPARC (Space for Adaptating the River Scheldt to Climate Change) draagt bij aan de realisatie van die nuttige getijdennatuur. De extra middelen die we via SPARC van Europa krijgen, zetten we in op vier pijlers voor acht Sigmagebieden in Dendermonde, Hamme, Temse, Waasmunster en Bornem: meer ruimte creëren voor de Schelde, getijdennatuur herstellen en zo de veerkracht van de natuur tegen de klimaatverandering vergroten, kennis delen en tot slot bewoners en bezoekers informeren over het project en de beleving van de gebieden vergroten.

Je kan de rapporten inkijken op de website van de VNSC.