Eerst Harvey en Irma, dan weer Ophelia: op de Atlantische Oceaan borrelt de ene orkaan na de andere op. Daar voelen wij de naweeën van: ofwel beleven we een prachtige indian summer, ofwel krijgen we stormachtig weer. Helt de balans over naar storm, dan bestaat de kans op overstromingen. Met gecontroleerde overstromingsgebieden en hogere en stevigere dijken moet het Sigmaplan daar komaf mee maken.

Het zachte weer van de voorbije dagen heeft alles te maken met orkaan Ophelia. Tropische systemen die rond de Caraïben ontstaan, razen meestal eerst over de oostkust van de Verenigde Staten om vervolgens af te buigen richting Europa. Tegen dat de storm of orkaan onze kust bereikt, spreken we van een ex-tropische cycloon of storm. Die luidt ofwel een prachtige nazomer in of zadelt ons op met stormachtig weer. In dit geval trok Vlaanderen aan het langste eind, terwijl Ierland zich moest opmaken voor rukwinden tot 150 kilometer per uur en 10 meter hoge golven aan de kust.

Onder invloed van het getij

Een paar keer per jaar hebben we ook in Vlaanderen minder geluk. Meer bepaald tijdens het stormseizoen, van 1 oktober tot 15 april. Als springtij – een tweewekelijks fenomeen waarbij het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is –  samenvalt met een noordwesterstorm op de Noordzee, spreken we van stormtij. Het zeewater wordt opgestuwd en kan wateroverlast veroorzaken in het binnenland. De Schelde en haar zijrivieren staan immers tot diep landinwaarts onder invloed van de getijden van de Noordzee. Bij extreme weersomstandigheden kunnen de rivieren een gevaarlijk hoge waterstand bereiken en zelfs overstromen. De klimaatverandering doet er nog een schepje bovenop: door de opwarming van de aarde en van het zeewater stijgt het zeewaterpeil en krijgen we vaker te maken met hoge waterstanden, heftige regenbuien en stormen.

Druk verlichten

Om Vlaanderen tegen de gevolgen van stormweer te beschermen, lanceerde de Vlaamse overheid in 1977 het Sigmaplan. Dat werd in 2005 aangepast aan de nieuwe wetenschappelijke inzichten en houdt dus ook rekening met de klimaatverandering. De Vlaamse Waterweg nv en het Agentschap voor Natuur en Bos voeren het Sigmaplan uit. Langs de Schelde en haar zijrivieren richten we gecontroleerde overstromingsgebieden en natuurlijke buffergebieden in. Die vangen overtollig water op bij hevige regenval en stormtij. Zo wordt de druk op de dijken verlicht. Zestien overstromingsgebieden telt Vlaanderen op dit moment. Het grootste – Polders van Kruibeke – omvat liefst 600 hectare. De voorbije jaren traden al verschillende overstromingsgebieden in werking tijdens stormweer. Maar het blijft niet bij die zestien. Tegen 2030 zullen er verspreid over een groot deel van Vlaanderen zo’n twintig overstromingsgebieden liggen.

Het Sigmaplan start om de vijf jaar nieuwe projecten op. Naast de aanleg van buffers gaat het ook om dijkwerken. Om hoge waterstanden tegen te houden, pakken we maar liefst 645 kilometer dijken aan. Zo hebben we al dijken verhoogd en verstevigd in Schellebelle, Melle en tussen het Noordkasteel en Fort Sint-Filips in Antwerpen. De komende jaren gaan we aan de slag op Linkeroever. Met elk project is Vlaanderen weer beter gewapend tegen extreme weersomstandigheden.

Natuur leeft op

Het Sigmaplan werkt mét de natuur om Vlaanderen tegen overstromingen te beschermen. Dat heeft niets dan voordelen. In natuurlijke buffers kunnen we veel water bergen, terwijl de natuur er volop haar gang kan gaan. Zo werken we met het Europese project SPARC oplossingen uit om de Schelde via unieke riviernatuur nog beter te wapenen tegen de klimaatverandering. En van die natuur kan iedereen dan weer meegenieten: op de fiets, wandelend over knuppelpaden, op het water in een kajak of kano … Inspiratie nodig? Neem hier eens een kijkje!